Green Island Blog

Posts tonen met het label fotrograferen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fotrograferen. Alle posts tonen

dinsdag 19 maart 2013

Apokries Corfu

Een heksje met haar transportmiddel in de hand

De grote parade als afsluiting van Apokries, het Griekse carnaval, was zoals gebruikelijk weer op zondag georganiseerd. Heel Corfu loopt uit naar Corfu Stad, waar de grootste optocht plaats vindt. Elke keer opnieuw denk je: in deze economisch zware tijden zal er toch wel minder uitgepakt worden. Zelfs die enkele Griek die totaal verstoken is van alle moderne communicatiemiddelen weet inmiddels dat de crisis het land in een ijzeren greep houdt. Maar nee hoor, je ziet geen spoortje van soberheid terug bij gelegenheden als deze, wanneer er wat te vieren valt. Man, wat een feest!
Het begint al wanneer we op weg zijn naar het park aan de Espianade, waar de stoet doorheen zal trekken. We dringen ons in de drommen mensen die vrolijk en opgewekt op het feestgewoel af gaan. Velen zijn uitbundig versierd met kleding in alle kleuren van de regenboog. Anderen hebben gekke hoofddeksels, woeste pruiken, beschilderde gezichten, brillen waarbij niet op een vierkante meter glas is gekeken en andere tekenen van jolijt.

Diegenen die bij het zien van alle bonte uitdossen spijt hebben dat ze uit de toon vallen in hun duffelse jasje, saaie spijkerbroek en kleurloze schoenen, kunnen bij de vele kraampjes in het park alsnog hun fout goedmaken. Overal worden dolle hoedjes, fel gekleurde bretellen, ballonnen, maskers, toeters, narrenkappen en andere feestartikelen verkocht. Ook erg populair zijn de balen serpentines, confettikanonnen, nepsneeuwspuitbussen en spaghettipistolen. De rommel gaat in enorme hoeveelheden grif over in andere handen.
We ontsnappen aan de drukte en wandelen naar een punt in het park waar het op dat moment nog niet heel druk is. Om niet te zeggen rustig, gezien het geringe aantal mensen. Toch maken we ons geen zorgen, de parade komt hier zeker. De Grieken bevolken echter nog massaal de duurste terrassen van Corfu. Ze  vinden het een volkomen verspilling van tijd om ergens te gaan staan waar nog geen festiviteiten zijn. Waarom wachten op dingen die ongetwijfeld komen gaan, terwijl je ook met vrienden en familie een terrasje kan pakken? Gezegende mensen.
Na een half uurtje het strijdgewoel van een afstandje bekeken te hebben, zien we de eerste tekenen van activiteit. Heel in de verte is het gehoempa te horen van een fanfare. Een kleine man met een inposante buik en een strenge snor maant ons om achter de lijnen plaats te nemen. Met driftige armgebaren en luide kreten slakend, probeert hij ruimte te creëren voor de deelnemers van de parade. Langzaam bewegen de deinende massa’s onze kant op.
En ja hoor, daar komen de eerste vrolijk en bont gekleurde groepen. Dansend, huppelend en springend proberen ze in het spoor te blijven van een aantrekkelijke blonde dame, die spannender gekleed is dan een dame doorgaans gekleed gaat. Ze lacht even vriendelijk in mijn camera, om vervolgens op een fluitje te blazen om de dansende dames scherp te houden. Maar ik heb geen tijd om al te lang bij haar stil te staan, want daar staat de volgende groep alweer te dringen.
Flower Power
Prachtig om te zien is hoe de mensenmassa telkens even als de Rode Zee opengaat als het driftige mannetje zijn gezag luid schreeuwend laat gelden. Maar zo gauw de laatste van de stoet zijn rug even laat zien, sluit de zee zich direct weer tot een lachende, pratende en vrolijke concentratie mensen.
Het thema van de parade lijkt Flower Power te zijn. Veel hippies met woeste haren, jaren zestig kledij, tot in het roekeloze groeiende bakkebaarden en snorren, Wilhelmina-brilletjes en natuurlijk het op de wang geschilderde Peace-symbool. Maar ook desperado’s, lijken, koelkasten, ontsnapte gevangenen, engerds, gezagsdragers, zeelieden, gewapende politieagenten, kippen, konijnen, katten, kitten en ander pluimage dansen mee.
Het is een woelige zee die deint van vrolijkheid, levenslust, felle kleuren, dans en lach. Geweldig.

Wat mij nog wel het meest verbaast, en ik blijf het zeggen, er is nauwelijks gezag! Behalve het kleine driftkikkertje die enige orde in de chaos probeerde te scheppen, heb ik geen mensen gezien die belast waren met het handhaven van de orde. Of het moet de agent zijn die mee liep in de stoet en zo nu en dan zijn klappertjespistool op de omstanders richtte. Verder niemand!
Geen ME, tanks, waterkanonnen, het leger, zeecontainers, oproerpolitie. Geen nerveus galopperende politiepaarden, gevaarlijk uitziende pelotons achter schilden, agressief blaffende honden en andere vormen van gezag die in Nederland vaste prik zijn bij een willekeurig evenement, niets! Hier kunnen ze, om maar een zijstraat te noemen, in Haren nog wat van leren. Job Cohen zou naar de bijstand moeten, zo weinig als hij te onderzoeken zou hebben waar het fout is gegaan. Want feesten van deze omvang, ik schat dat er meer dan 50.000 mensen aanwezig zijn, zijn er regelmatig op Corfu en er is nooit ene wanklank.
Waar een klein eiland groot in kan zijn.....
Kijk hier voor foto's
en hier nog meer foto's

woensdag 2 januari 2013

Maria's Monastery

Omdat weer.nl een mooie zonnige dag op Corfu beloofde, vonden wij het een goede gelegenheid onze wandelstappers weer eens aan te veteren. Na ampel beraad besloten wij wandeling 21 te maken uit de wandelgids Wandelen op Corfu: Langs de westkust. In de gids lazen wij over imposante kliffen, ongerepte natuur, een 15e eeuws klooster en moeilijk bereikbare strandjes. Nou, dan zijn wij verkocht.

We parkeren de auto op enkele honderden meters van het strand van Mirtiotissa, een dorpje aan de westkust van Corfu, grotendeels bestaand uit enkele her en der verspreide huizen en appartementen, twee taverna's en een klooster. De naam van het kloostertje leest als een spannend boek: The Monastery of Virgin Mary of Myrtidiotissa. Het klooster dankt zijn naam aan een herdersmeisje dat onder een mirtestruik een Maria-icoon vond.
Het hoofddoel van de expeditie
Het kloostertje is voor mij hoofddoel van de expeditie, dus besluiten we tegen het advies van de wandelgids in te gaan en de wandeling om te draaien: eerst naar het strand, dan het klooster en later door de heuvels aan de westkust via Vatos en Kellia weer om naar de auto.
Enkele minuten later klikt mijn camera de eerste plaatjes van een paradijselijk mooie baai. Een beroemde schrijver heeft het eens beschreven als misschien wel de lieflijkste baai ter wereld. Om zoiets te zeggen moet je wel alle baaien van de wereld gezien hebben, maar ik kan een heel eind met hem meekomen. Volmaakt afgeschermd door een steile groen begroeide rotswand ligt een prachtig vlak zandstrand aan het mooiste blauwe water dat je ooit gezien hebt. Het paradijselijke wordt nog eens benadrukt door enkele geheel blote mensen die zich onbespied wanen en zich overgeven aan de zon en het kristalheldere water van de Ionische Zee. Ik besluit mijn zoomlens dan maar een keer niet te gebruiken uit respect voor de naaktrecreanten die op nieuwjaarsdag lekker hun hobby bedrijven.
In de verte zien we tot mijn verbazing het klooster al liggen. Ik verwachtte het pas aan te treffen na een barre tocht door woeste bossen, langs steile bergwanden en overwoekerde, nauwelijks begaanbare paden, maar dit ziet er uit als appeltje eitje. Ach, een mens mag ook wel eens geluk hebben.
De lieflijkste baai ter wereld, volgens Durrel
We beginnen aan de afdaling, die heel steil is. Strandgangers moeten wel heel erg aangetrokken zijn tot dit strandje. Eens moet je weer omhoog namelijk en dat valt niet mee na een dag zonnen, zwemmen en zwelgen.
We passeren twee kleine strandjes, van elkaar gescheiden door een rotspartij. Dan beginnen we aan de beklimming naar het klooster. Even later betreden wij het kloosterterrein en vinden het .... gesloten. Dat is een tegenvaller, heeft ongetwijfeld met het seizoen te maken. Ik maak een paar foto's en constateer dat het klooster tijdens de vakantieperiode blijkbaar goede zaken doet. De buitenmuur is namelijk geheel vernieuwd, ontdekken wij als we de Wandelgids opslaan om te zien of wij wel bij het juiste klooster staan. Nou ja, niet getreurd, het eiland bestaat niet alleen uit kloosters, er blijft genoeg Corfu natuurschoon over om van te genieten.
We vervolgen onze weg door schitterende olijfgaarden, langs oude vervallen huizen en schitterende vergezichten over de stranden van westelijk Corfu. Over onze schouder zien we wel dat de weersverwachting geen rekening heeft gehouden met het grillige klarakter van Corfu; vanuit het zuiden komen zware grijze wolken binnenkruipen. Het zal onze tijd wel uitdienen, vermoeden wij en komen na een pittige klim uit bij een aantal zendmasten die fier de lucht in wijzen. Ze lijken ons met hun blauw-witte achtergrond te waarschuwen voor een weersverandering. Inderdaad zien we zuidwaarts kijkend dat Corfu inmiddels is ingepakt door een loodgrijze deken. We laten ons dus niet verleiden om een zijsprong te maken naar een steil en moeilijk begaanbaar pad dat naar het klooster van Sint George leidt. Een volgende keer maar weer.
Elfensofa
Na verloop van tijd naderen wij de buitenwijken van Vatos en lopen tegen een bordje aan dat wijst op een donkeytrail naar Kellia, het buurtgehucht van Vatos. Het is wel niet helemaal eerlijk, maar nood breekt wetten. We besluiten van de wandelroute af te wijken en een stukje af te snijden.
Onderweg naar beneden zien we twee prachtige natuurverschijnselen. Een direct onder onze neus. Op een afgeknotte olijfboom groeit een schitterende elfenbank naar de volwassenheid. Van een afstandje is het net of de boom met sneeuw is bedekt. Van dichtbij lijken het harige parasolletjes. Ik kan nauwelijks geloven dat dit een elfenbank wordt, maar ik weet ook niets van natuur. Mirjam is echter heel stellig, dus ik heb geen twijfels.
Het andere natuurverschijnsel is ook heel bijzonder. Bijna heel Corfu is inmiddels gehuld in dikke grijze watten, en in de buurt van Troumbeta zien we zware regenwolken zich legen. Maar in de Ropa Vallei, het laagste gedeelte van Corfu, schijnt nog altijd het zonnetje. Met als aarbei op de taart een mooie regenboog. Pracht gezicht!
Tijdens regen komt zonneschijn
Een half uur later, na een wandeling door een steeds donkerder wordend bos, stappen we zwetend in de auto, terwijl we bijkans verblind worden door de felle zonnestralen. Hoe is het mogelijk. Verwachtten wij een kwartier geleden nog een zwaar pak regen op onze falie, lopen we nu weer onder een stralend en vrolijk zonnetje.
Na vijfhonderd meter gereden te hebben, vallen de eerste regendruppels op de voorruit en voor we thuis zijn, giet het water. Wonderlijk Corfu.

dinsdag 18 december 2012

Jumping Corfu





Omdat ik bij het zien van al die overheerlijke sinaasappels in onze tuin ineens een niet te stuiten aandrang krijg om mijn tanden erin te zetten, graai ik een schaartje uit de keukenla en loop gewapend met een plastictas naar buiten. De lokroep van de prachtig oranje tennisballen - maar dan groter - heeft zijn uitwerking niet gemist.
Ik wil met een sierlijke beweging op het verhoogde terras springen, maar door mijn strakke spijkerbroek mislukt de actie jammerlijk. Ik knal met mijn linker scheenbeen keihard tegen de ruwbetonnen rand, mij een minstens zo ruwe krachtterm ontlokkend. Kolere, wat een pijn!

Ik check of mijn spijkerbroek nog heel is, wat gelukkig zo is. Dat kan ik van mijn ontvelde en bloedende scheenbeen niet zeggen. Maar dat gaat vanzelf weer over. Hinkend en bloedend strompel ik naar een lager gelegen gedeelte van de terrasmuur en beklim die moeizaam. Het volgende moment graaien mijn handen gretig naar de prachtige vruchten. De pijn verdring ik met visioenen van een heerlijke wodka-jus.
Tijdens een vorige plukbeurt....
Als ik een kilo of wat in de tas heb, valt mijn oog op het handvat. Wat zit daar nou? Een paar blaadjes, een takje? Ja ...., nee! Het is de sprinkhaan die ik tijdens een vorige plukbeurt ook al zag zitten op een sinaasappel. Het dier liet mij rustig begaan, terwijl ik om hem heen de ene na de andere vitaminenbom aan zijn omgeving onttrok. Deze keer heb ik hem waarschijnlijk per ongeluk meegeplukt.
Nu zit hij kalm op het handvat, mij enigzins argwanend aankijkend. Hij zit er wat verloren bij, onwennig in zijn nieuwe plastic omgeving.
Het is een flink uit de kluiten gewassen exemplaar. Een centimeter of tien schat ik hem. Ik houd hem mijn hand voor en na enige aarzeling en een licht tikje tegen zijn achterwerk springt hij op mijn geopende hand. Daar blijft hij stilletjes zitten terwijl ik de kans heb hem op mijn gemak te bekijken.
Trots laat ik hem aan Mirjam zien, die vanachter het veilige glas een lelijk gezicht trekt. Ik besluit deze tamme rakker toch maar even te kieken, zet hem op een mooie witte kiezel en sprint naar binnen.
Japie Krekel is tot mijn verbazing geduldig blijven wachten tot ik weer terug ben, nu met fotocamera. Ik verwacht dat hij elk moment weg kan springen bij het zien van mijn kanon, maar het tegendeel is waar. Ik kan doen wat ik wil. Omdat het al redelijk donker is, moet ik flitsen, maar het maakt de verspringer niets uit. Hij blijft zitten als zat hij in een leunstoel voor de tv.
Als ik even later de kiezel waarop hij zit een kwartslag draai om een andere invalshoek te hebben, geeft hij een beetje blijk van onrust. Terwijl ik voorzichtig door mijn knieën ga en ook nog eens mijn macrolens op hem richt, zie ik de voorpoten in beweging komen. Maar na enkele shots is het beest weer de rust zelve. Wonderlijk.
Of loopt het diertje misschien op zijn eind? Ik heb nog niet eerder zo'n kalme klant meegemaakt. Nou ja, ik smeed het ijzer maar als het heet is en flits er driftig op los.
Langzamerhand ontvangen mijn hersenen signalen dat er toch iets mis is met mijn scheenbeen. Kloppen, zuigen, zeuren, ik moet omhoog. Kreunend en krakend ga ik de lucht in. Dat is blijkbaar het signaal voor de grashopper dat de fotosessie afgelopen is, want met een reuzensprong scheiden zich onze wegen. Kon ik maar zo springen.

zaterdag 30 juni 2012

Maybe just happy


Tijdens een rondje om de kerk met Plati bemerk ik dat het jammer is dat ik mijn camera niet bij me heb. Ons buurdorpje Afra ligt zo mooi afgestoken tegen de heuvelwand dat het gewoon zonde is dat ik er geen plaatje van kan maken.
En dus besluit ik na afloop van de wandeling nog even in de auto te stappen en alsnog Afra vast te leggen voor het nageslacht.
Even voorbij de kerk parkeer ik de auto onder een lommerijke boom. Er staat een lekkere bries, maar in de zon is het flink warm. En ik begin te klikken. Wat een fantastisch mooi eiland is Corfu toch! Honderden keren ben ik er al langs gelopen, maar dit uitzicht verveelt nooit. Ik neem zo nu en dan een geparkeerd paard mee in de voorgrond en even later besluit ik ook nog even de kerk en het naastgelegen kerkhof te kieken.
Ik geniet met volle teugen terwijl ik langs de grote zerken van wit marmer loop. Je wordt je toch weer bewust van het leven, voor zover dat niet het geval was.
Een fotootje nemen worden er een paar meer en een half uur later zit ik weer in de auto. Bij het dorpsplein bedenk ik mij dat ik nu ook mooi een plaatje kan schieten van de taverna waar we wel eens een borrel scoren of soms een hapje eten. De zon staat goed, dus we gaan ervoor.
Terwijl ik sta scherp te stellen, zie ik vanuit een ooghoek dat de naamgever en eigenaar van de taverne, Kostas, voor zijn huisje in de schaduw zit. Prachtig toch? Kan ik hem ook gelijk even vastleggen.
Ik maak een praatje met hem in mijn paar woorden Grieks en verder een mengeling van Duits en Engels en vraag dan of hij het goed vindt dat ik een foto van hem maak. Dat vindt hij prima. Zijn  hond Alfie, vriend van Plati, komt gelijk bij hem liggen en dat maakt het alleen maar mooier.
Als ik een serie geschoten heb, wil ik weer in mijn auto stappen als hij vraagt of ik van wijn houdt. Oh, best wel, antwoord ik. Of ik dan een wijntje wil? Nou, als je ook een ouzootje hebt, zeg ik. Geen probleem, roept hij terwijl hij krakend en kreunend overeind komt en zijn huis in loopt.
Even later komt hij naar buiten met een vrolijk gekleurd aluminium wijnkannetje en twee limonadeglazen. Hm, mijn verzoek om ouzo kwam blijkbaar niet over, maar een kniesoor die daarop let. Hij schenkt de glazen royaal vol en we zetten ons neer in de schaduw. Kostas op zijn plastic kuipstoeltje dat zijn vormen heeft aangenomen en ik op het lage muurtje ernaast. We praten over zijn leven.
 Als jonge jongen werd hij door zijn vader klaargestoomd om de taverna over te nemen. Dat wilde de jonge Kostas niet, hij wilde zijn blik verruimen en de wereld ontdekken. Dus ging hij tegen de wens van zijn vader naar Duitsland en werkte daar in een restaurant. Maar na drie jaar van zwoegen en zweten voor een paar carobbepeulen en een habbekrats had hij het wel gezien en kwam met hangende pootjes terug naar Corfu. En hij schoor zich en hij trouwde en werd eigenaar van de taverna waar tegenover wij ons bevinden.
You like fish?, vraagt hij na een slok. Mwah, niet echt, zeg ik. Zalm gaat er wel in en voor een heerlijke tonijnsalade mogen ze me wakker maken, maar voor de rest, nee. OK, dan zal hij even wat mèzes (Griekse hapjes) halen. Ohoh, als dat maar goed gaat. En ja hoor, daar komt hij al aan met een bordje met vier ontkopte vissen met alles er nog op, aan en in.
Specialty, zegt hij, zet het bordje tussen ons in en overhandigt mij een servetje. Look, zegt hij en scheurt een visje bij de buik open. In een handige beweging rukt hij de hele ruggengraat eruit en gooit die naar Alfie. Die bekijkt het ding wat twijfelachtig maar begint dan traag te knagen.
Ik laat me niet kennen, zet mijn vingers in de onderkant van de vis en begin te scheuren. Wat ik zie stemt mij niet vrolijk. Zelfs mijn vader gooide hiervan het meeste weg. Tussen wat vage onderdelen door zie ik de graat zitten en begin te trekken. Het kreng versplintert direct en ik zit letterlijk met de brokken. Ik pulk een paar stukken graat naar buiten en graai wild om me heen in de hoop zoveel mogelijk inhoud van de vis aan Alfie te geven. Dan zie ik wat liggen waarvan ik denk: had dat beest zich niet eerst leeg kunnen schijten alvorens gevangen te worden? Mijn vingers gaan koortsachtig door het inwendige van de ‘Specialty’ heen en ik peuter een bruin voorwerp los dat ik naar de hond gooi. Die snuffelt er eens aan en begint daarna uitvoerig zijn ballen te likken.
Kostas schenkt mijn glas goddank nog eens vol en kijkt mij verwachtingsvol aan. Ik kan er nu echt niet meer onderuit en neem een hap van wat het meest op een filetje lijkt. Zoals het ding eruit ziet, smaakt hij ook: naar vis. You like?, vraagt Kostas. Mmmm, brom ik en spoel een en ander weg met een flinke slok wijn. Nog even volhouden Dick, houd ik mezelf voor. Een moet je er in ieder geval mannen. Ik morrel aan een wat vasthoudend orgaan dat na enig tegensputteren los raakt van de vis. Ik bid in stilte dat Kostas het niet ziet en zegt dat dit het lekkerste gedeelte is en smijt het snel naar Alfie. Hij keurt het niet eens een blik waardig en legt zijn kop met een diepe zucht op de grond.
Na minutenlang malen en dralen ben ik eindelijk door mijn eerste beproeving heen. Ik neem er maar eens een slok op en beraad mij op mijn strategie. Dan krijg ik onbedoeld hulp van Kostas. Hij biedt mij de overige twee vissen aan. Take, zegt hij. You first, antwoord ik. Nono, just had lunch, zegt hij terwijl hij met zijn servetje zwaait. Briljant! Ik dus ook. Hij dringt nog een keer aan, maar beslist weer ik af, ik zit nog vol.
Snel leeg ik mijn glas om erger te voorkomen en stap op. Ik vertel hem dat ik hoognodig weer aan het werk moet en we bedanken elkaar uitbundig voor het prettig samenzijn.
Ik toeter als ik wegrijd en hij zwaait uitbundig. Heerlijke mensen, heerlijk eiland...

maandag 25 juni 2012

Geluk


‘Well, I think we have a deal’, las ik in antwoord op mijn e-mail aan Jasmina dat ik wel foto’s wilde maken tijdens haar trouwerij op Corfu. Ah, leuke klus, dacht ik. Dat werd het ook.
Enkele maanden geleden kreeg ik de vraag voorgelegd of ik kon helpen bij de organisatie van een bruiloft op Corfu. Een Sloveense jongedame genaamd Jasmina was vorig jaar samen met haar vriend Matsis op Corfu op vakantie en het leek ze een prima gelegenheid om hun eeuwige liefde voor elkaar op dit romantische eiland te bezegelen. Al zoekende naar de mogelijkheden was ze op Green Island terecht gekomen en was het contact gelegd. Of ik ook een fotograaf kende.
En dus spoedde ik mij op vrijdagochtend de 22ste juni, geschoren met de haartjes nog nat, naar Ipsos, waar de ceremonie zou plaats vinden. Daarna was er een boottocht met onze goede vriend kapitein Antonios gepland.

Even na negen uur in de ochtend, ik mocht nog even meehelpen de boot versieren, komt er een drietal jongedames de pier oplopen. In degene die een witte jurk draagt, het weelderige haar versierd met een wit lint, vermoed ik de bruid. Zij komt ook het meest nerveus over van de drie. En ja hoor, zij stelt zich voor als Jasmina. Het plan is om ons een kilometer verderop bij de bruidegom te voegen. Daar zal het stel ook in de echt verenigd worden, zoals dat zo mooi heet.
Enkele minuten later vallen de geliefden elkaar in de armen. Ze vreten elkaar nog net niet op, maar ze nemen wel regelmatig hapjes van elkaar. Een blinde kan zien dat ze gek op elkaar zijn.
We steken de drukke weg die het strand van de boulevard scheidt over en ik wandel met het gezelschap, het bruidspaar en twee setjes vrienden, naar een bar-restaurant. In de grote tuin van het restaurant staat een tafeltje wat versierd is met  een lakentje en een bloemdecoratie. We melden ons aan de bar en na een brul naar achter maakt zich een – mag ik het zo noemen? - voluptueuze dame los uit de achtergrond en gaat het gezelschap voor naar het tafeltje. Het verliefde stel wordt aan een kant geposteerd, zij gaat aan de andere kant staan en begint voorovergebogen staand voor te lezen uit een gewichtig uitziend document. Ze kijkt daarbij voortdurend naar het geschrift zonder het bruidspaar een blik waardig te keuren. Aan het eind van haar onpersoonlijk opgedreunde tekst, kijkt ze de bruidegom eens wantrouwend aan, mompelt nog iets en spoedt zich weer terug naar haar duistere hol. Een nieuwe, veel leukere vrouw met een groot boek onder de arm dient zich aan.
Het grote boek wordt opengeslagen en de noodzakelijke handtekeningen worden door alle partijen gezet. Dan gaat ze ons voor, het restaurantgedeelte in. Daar blijkt nog een deur te zijn en ik heb het vermoeden dat we in de keuken uitkomen. Maar nee, merkwaardig genoeg komen we in een sombere en donkere gang waarin her en der verspreid wat meubelstukken staan waarvan het beste af is. We beklimmen een stenen trap waar betonrot zich met succes heeft ingevreten. Niet bepaald een ruimte die je met feestelijke gebeurtenissen in verband brengt.
Na wat omzwervingen door het sterk verwaarloosde gebouw komen we op een kantoor, zo benauwd en deprimerend dat de tranen je in de ogen springen. Grauwe muren van een kleur die zelfs vers opgebracht nog suicidale neigingen bij de grootste optimist zouden oproepen, gebladderde plafonds, tot op de draad versleten vloerbedekking en afgetakeld meubilair maken dat elk gezond denkend mens zo snel mogelijk weer naar buiten wil. Maar we zijn daar met een missie, dus we gaan door en volgen het kleine dametje naar een ruimte waar de laatste plichtplegingen zullen plaatsvinden.
Onze helse tocht door het gebouw eindigt in een hokje van vijf bij drie meter wat volgestouwd is met buro’s uit het jaar nul met daarop stokoude monitors waarvan je het bestaan niet meer vermoedde. Eens witte telefoons staan somber verrookt naast ingestortte rolodexen. Aan de muur vergeelde lijsten met daarop geprintte namen en telefoonnummers doen vermoeden dat men ooit de beschikking over een printer had. Veel regels zijn doorgehaald, dus erg vers zijn de gegevens niet. Waarschijnlijk zijn de verwijderde personen inmiddels op gezegende leeftijd overleden en heeft niemand de middelen om de informatie te verversen. Het bedompte kantoortje is doortrokken met kabeltrossen en snoeren die soms vanuit de muur, soms vanuit buroladen lijken te groeien als lianen in een oerwoud. Dit moet Dante’s Inferno zijn, gaat het door mij heen, als ik mij op een gammele stoel neerzet en de hele wrakke bedoening om me heen bekijk. Als ik hier dag in dag uit zou moeten werken, zou ik me maar tot een gedachte kunnen opwerken: Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?
Het is bloedverziekend benauwd in het kleine hok en de aanwezigheid van een zestal opgewonden bruiloftsvierders en hun fotograaf maakt de atmosfeer er niet beter op. Toch moeten we bijna een half uur doorbrengen in de grafkelder, alvorens de laatste handtekeningen op de juiste plaatsen zijn gezet en de hele boel in zesvoud aan het bruidspaar overhandigd wordt. De zucht van verlichting die door het kamertje gaat, werkt enigzins verfrissend.
Als we even later weer in het zonlicht staan en frisse lucht inademen, zie ik enkelen een kruis slaan.
Enigzins bedremmeld begeven wij ons naar de boot en even later kiezen wij het ruime sop. Bij het zien van de prachtige bak water onder ons en de schitterende oostkust van Corfu die zich speciaal voor ons heeft opgemaakt, komt de eerste schuchtere lach toch weer tevoorschijn. De bruid en bruidegom beginnen elkaar weer met hernieuwde levenslust te knuffelen en op te eten en ook de gasten worden zich opgelucht bewust van hun omgeving. Dan laat Kapitein Antonios de champagnekurken knallen en het gelukkige stel maakt zich van elkaar los om de cake aan te snijden. Na duizend gelukwensen en even zovele omhelzingen en zoenen snuiven wij de zilte zeelucht tot op het merg in ons op. Alle aanwezigen ervaren het als een nieuwe kans.