Green Island Blog

Posts tonen met het label appartement. Alle posts tonen
Posts tonen met het label appartement. Alle posts tonen

zondag 11 juli 2010

Het middelpunt van de Griekse beschaving

Als ik de hoek omsla, komt het geroezemoes uit het Kafeneion me reeds tegemoet. Het klinkt als het steeds luider klinkende gezoem van een bijenkorf in het honingseizoen. Als er nog maar een tafeltje vrij is in het kleine koffietentje. Voor een op Corfu wonende Nederlander is het koffietijd!

Ik stap naar binnen en bestel bij Dimitris een Sketo, sterke Griekse koffie, maar dan zonder de melk en de suiker. De manier waarop de meeste Grieken hun ‘sterke’ koffie drinken, met veel melk en suiker, doet me gruwen. Even later zit ik achter een dampend kopje, formaat espresso. Terwijl ik wacht tot de blubberlaag koffieprut aan de oppervlakte is bezonken alvorens een slok te nemen, heb ik de gelegenheid de zaak op mijn gemak in me op te nemen. Hier worden dus alle problemen, op zowel lokaal als wereldniveau, voor iedereen binnen een straal van vijfhonderd meter op duidelijk verstaanbaar volume besproken. Onderwerpen als politiek, sport, vrouwen, gezondheid, geld en die hufter van een baas passeren allemaal uitgebreid de revue. Dagelijks begeeft de Griekse man zich naar een van de duizenden van zulke gelegenheden die Corfu rijk is.
Niet eens zozeer omdat hij toe is aan koffie of een alcoholische versterking. Oh nee, dat kan hij thuis ook nemen. Dat is nog goedkoper ook, zij het niet veel. Nee, hij spoedt zich op alle tijdstippen van de dag naar het Kafeneion omdat zijn aanwezigheid daar vereist is! Twee weten tenslotte meer dan een.

De twee mannen in de hoek voeren een enigszins vertrouwelijk gesprek, alhoewel de woorden soms wat harder geuit worden dan de bedoeling is. De hoofden zijn dicht bij elkaar gestoken zodat de andere aanwezigen geen deelgenoot worden van hun geheimen. Met een sigaret bungelend in een mondhoek wisselen beiden van gedachten op een niveau dat voor een Griek redelijk vreemd is. Zacht en beheerst.

Aan het raam zitten een paar oude mannen die wel weten hoe het hoort. Op hoge toon voegen ze elkaar verwijten en verwensingen toe. Althans, zo klinkt het. De linkse man heeft een kop als een kreeft op zijn kookpunt en wrijft regelmatig met zijn kolenschop van een hand over een grote grijze borstel op zijn bovenlip, als om de woede uit dit behaarde gezichtsdeel te persen. Zijn diepliggende ogen, die doen denken aan zwarte krenten in een oliebol, zijn tot spleetjes geknepen en bekijken de gesprekspartner alsof hij een hinderlijk insect is. Hij lijkt slechts op een gelegenheid te wachten om hem met een geweldige klap te vermorzelen. Het voorwerp van zijn belangstelling, een vriendelijk ogende Griek met wijkende haargrenzen en een zeer gebruind schedeldak, kijkt zijn rood aangelopen overbuurman met een onbegrepen blik aan en schudt daarna langzaam het wijze hoofd. Ontspannen roert hij in zijn koffie en neemt geconcentreerd een slokje uit zijn minuscule kopje. Hij blikt voorzichtig over de witte rand naar zijn belager, alsof hij rekening houdt met de mogelijkheid dat het wel eens zijn laatste genieting op dit ondermaanse zou kunnen zijn. Wat niet denkbeeldig is, want zijn kompaan heft zijn wijsvinger in een waarschuwend gebaar op en barst op nog luidere toon los in een nieuwe bewijsvoering van zijn stelling.
Dat is voor enkele mannen aan het belendende tafeltje aanleiding zich met de zaak te bemoeien. De kreeft, die elk moment lijkt te kunnen ontploffen, begint driftig te gebaren richting zijn onverwachte aanvallers en voegt hen op hoge toon een paar snauwen toe. Beiden heffen de handen verontschuldigend omhoog en storten zich daarna weer in gesprek met hun eigen tafelgenoot, die de wenkbrauwen in verbazing omhoog trekt en maar weer een sigaret opsteekt.
Het driftige baasje, die de mondhoeken strak naar beneden getrokken heeft, hervat zijn pogingen om zijn gelijk te verduidelijken. Er lijkt rook uit zijn oren te komen. Een vers opgestoken sigaret is hier echter de oorzaak van. Zijn opponent, die weer moed gevat heeft uit zijn shot cafeïne, hoort zijn relaas goedmoedig aan, ondertussen zijn hoofd zachtjes schuddend. Aan het eind van het betoog heft hij de handen met de handpalmen naar zijn tafelgenoot, waaiert ze langzaam heen en weer en begint daarna zijn nagels te inspecteren. Hij lijkt nog steeds niet overtuigd. Dat is voor de rooie aanleiding tot nog heftiger gebaren en begint zijn argumenten nu de kleine ruimte in te schreeuwen.
Dan gebeurt waar menigeen al rekening mee gehouden had. Dimitris, die het tafereel tussen het bereiden van een frappe en het inschenken van een ouzo al de tijd vanuit zijn ooghoeken in de gaten hield, komt achter zijn toonbank vandaan als een dominee die zich genoodzaakt ziet zijn kansel te verlaten om een paar ruziënde koorknapen tot de orde te roepen. Hij mengt zich in het gesprek op een niveau dat je niet zou verwachten van iemand van dergelijke bescheiden borstomvang en geringe lengte. Dat helpt. De driftkikker laat zijn volume met enkele strepen dalen en slaat tevreden de laatste slok uit zijn kleine glaasje achterover. Zijn opponent schuift zijn onderlip naar voren en laat zijn hoofd een beetje schuin hangen ten teken van overgave. Het is allemaal niet zo belangrijk, lijkt hij te zeggen. Ieder heeft recht op zijn gelijk. Als men maar niet denkt dat hij zijn ongelijk toegeeft. De ander snapt het eenvoudig niet en kan daar niets aan doen.

De kale man aan het middelste tafeltje, aan wie de hele discussie voorbij gegaan is, heeft al de tijd nauwlettend de knetterende televisie in de gaten gehouden. Op het scherm woedt tussen de sneeuwbuien door een verbale oorlog tussen een presentator van een actualiteitenprogramma en twee van zijn vrouwelijke collega’s die gedrieën verslag doen van een veldslag in het Griekse parlement.
Ook een andere man, wiens tanige gezicht grotendeels schuilgaat achter een baard en zijn kolossale romp heeft gehuld in een verschoten ruitjescolbert, kijkt over zijn bril buitengewoon geïnteresseerd naar de televisie. De huid om zijn oogleden doet denken aan de gerimpelde huid van een olifant. Door het spectaculaire nieuwsitem in beslag genomen, heeft hij blijkbaar niet in de gaten dat hij tussen iedere trek die hij van zijn sigaret neemt, eerst kuchende en dan weer rochelende geluiden maakt. De oorzaak is waarschijnlijk een stug vastzittend snotje dat hij probeert tot overgave te bewegen. Het is al met al geen eetlustopwekkend tafereel, maar de man doet het zo ongegeneerd dat het niet anders kan dan dat iedereen er aan gewend is.
Ik neem de sobere omgeving eens in me op. De vloertegels doen sterk aan die van een trottoir denken. De ruimte is volgepropt met simpele tafeltjes omringd door eenvoudige en slecht zittende ijzeren stoelen. Een roestvrijstalen vitrine herbergt reusachtige voorraden bier en slechts een paar blikjes frisdranken. Kinderen komen hier niet vaak.
Een metalen afzuigkap is in de linkerhoek bevestigd, daaronder een kookstel. Achter Dimitris buigen enkele aan de wand bevestigde planken door van de flessen whisky, bourbon, ouzo, cognac, Metaxa en andere alcoholische versnaperingen. Hier en daar worden de spiritualiën afgewisseld door enkele ingelijste dode familieleden. In een inbouwkastje liggen een paar stapels slordig opgestapelde kranten met oud nieuws en tijdschriften uit de vorige eeuw. Aan de enige vrije wand die het pandje rijk is, hangt een kalender van de plaatselijke FC, terzijde gestaan door een verkooprekje met pinda’s, chips, koeken en voorverpakte croissants. Het geheel wordt beschenen door gezellige TL-balken en aan de wand bevestigde spaarlampen.
Dit alles zorgt ervoor dat het bordje ‘Verboden voor vrouwen’ niet aan de ingang hoeft te worden opgehangen.
Toch wordt ook de meer dan bemiddelde Griek door de eenvoudige entourage en het beperkte assortiment niet weerhouden om zich regelmatig te vervoegen in een Kafeneion. Getuige het volgende historische voorval, verteld door een zeer betrouwbare Griek.
Eens was een beroemde Griekse acteur te gast in Amerika en gaf op een gegeven moment aan zijn gastheer aan dat hij zich niet goed voelde. Hij had al geruime tijd last van een bepaald lichamelijk ongemak wat maar niet over wilde gaan. Zijn gastheer hoorde hem met stijgende verbazing en bezorgdheid aan en maande zijn gast snel een dokter te bezoeken ten einde onderzocht te worden en eventueel noodzakelijke zorg te ondergaan. De acteur gaf aan eens over zijn voorstel na te denken en misschien wel een Amerikaanse arts te bezoeken.
Zijn gastheer vroeg waarom hij nooit met zijn probleem naar een Griekse dokter geweest was. Waarop het de beurt aan de acteur was om verbaasd te zijn. De handen ten hemel heffend riep hij uit: Daar hebben we toch het Kafeneion voor!
Na in een uiterst traag tempo mijn frappe opgedronken te hebben, reken ik af en verlaat Dimitris’ Kafeneion. Nog even het bergpad op, een paar foto’s maken, dan trekt de rooklucht wel weer uit mijn kleren. Als ik honderd meter verderop het pad gevonden heb, hoor ik een nieuwe discussie in alle hevigheid losbarsten. Misschien gaat het wel over mij.

zaterdag 19 juni 2010

Zuigziek


Of we nog lekker geslapen hadden?, vroeg onze nieuwe buurman ons in een merkwaardig knauwend Duits accent. Wij zaten net het eerste broodje van onze vakantie op Corfu te smeren op het terras van ons prachtige gelegen appartement met uitzicht op de mooiste baai van oost Corfu.
Nee, dat hadden we niet, konden we naar waarheid vertellen. Allereerst waren onze matrassen kei- en keihard. Daarbij was het een warme Corfu nacht geweest, dus hadden we de deur van onze slaapkamer opengelaten en waren de hele nacht uit onze slaap gehouden door snoeiharde muziek. Die leek te komen van de overkant van het meer waaraan ons appartement gelegen is. Een feestje bij Club Med, zou onze host later verklaren.
Tevreden knikte onze buurman, ook hij en zijn gezin hadden de hele nacht geen oog dicht gedaan. En dat was al twee weken lang aan een stuk door, waarschuwde hij. Pas om 5.30 uur in de ochtend begon het te minderen, elke nacht opnieuw. Maar dan was de gelegenheid om te gaan slapen al voor een belangrijk gedeelte voorbij natuurlijk. Hij had er al vele malen zijn beklag over gedaan bij het management van de appartementen. Maar het haalde niets uit; het lawaai bleef. En om alles in een woord samen te vatten zei hij er achteraan: CATASTROFE!
Het was een woord dat wij nog vele malen zouden horen tijdens onze vakantie.

Zijn gezin bestond - behalve uit zijn zeer centraal aanwezige persoontje - uit een vrouw met een voorgevel en een achterkant die er voortdurend om leken te wedijveren wie het grootst was, een zogenaamd S-figuur. Geen onaardig type overigens, wel erg onzeker. Uit het stel waren twee zoons ontsproten. De oudste leek een beetje simpel, in wie zijn verwekker ongetwijfeld teleurgesteld was. Dat was tenminste regelmatig te horen als hij in de beslotenheid van zijn appartement zijn bevelen luidkeels aan zijn gezinsleden toesnauwde. Werd een en ander niet snel genoeg of op een voor hem aanvaardbare manier uitgevoerd, dan zette hij zijn argumenten kracht bij door het volume van zijn stem te verhogen en dan werd de order meestal wel bevredigend uitgevoerd. Soms jengelde zijn vrouw nog wel eens wat tegenwerpingen om haar kinderen of zichzelf in bescherming te nemen. Wat voor hem aanleiding was zijn punten op nog luidere toon te herhalen. Mister CATASTROFE - zoals we hem al heel snel gedoopt hadden - had altijd gelijk. Ik heb me verschillende keren afgevraagd of de man wel wist dat de oorlog al een tijdje afgelopen was.
Dezelfde dag al kwam hij verschillende malen langs om een nieuwe lading gal te spuien. Hij zocht blijkbaar medestanders om gezellig samen alles en iedereen op de hak te nemen en af te zeiken. Gewoon bij wijze van tijdverdrijf tijdens de vakantie. Of het nu ging om de herrie die weer verwacht werd, de warmte, het aantal traptreden naar het strand, de ligging van het appartement ten opzichte van Mekka, de prijs van de roomboter in de minimarkt, de hardheid van het beton, de indeling van de kastruimte, de temperatuur van het water, de grootte van het bad of de paardenstaart van de schoonmaakster, het was allemaal .... CATASTROFE! Steevast maakte hij bij de laatste lettergreep van zijn geliefde woord een wegwerpgebaar waar je bij het voetballen een gele kaart voor kan krijgen.

Eerst probeer je zijn enthousiasme om te klagen nog een beetje te dimmen door te zeggen dat het toch allemaal wel meevalt en dat er ook wel leuke dingen zijn te beleven en het is toch vakantie en je bent nu eenmaal in een ander land enzovoort. Maar die argumenten werden allemaal al voordat ze in zijn geheel uitgesproken waren van tafel geveegd. Alles - niets uitgezonderd! - was CATASTROFE en bleef CATASTROFE, of ik het wilde of niet.
Tja, dan ga je zo'n man mijden natuurlijk. Je duikt ‘toevallig’ weg als je hem ziet naderen. Eerst even kijken of de zuiger toevallig buiten zit alvorens naar je auto te lopen. Ik bedoel, er zal best eens wat schorten, maar het is wel vakantie natuurlijk. Dan word elk mens toch wat inschikkelijker. Soms, als je er dan echt niet onderuit kon - je zat op je terrasje voor je appartement en ineens stond hij naast je - ga je een beetje tegengas geven. Al doe je in zo'n geval de waarheid wel eens geweld aan....

De tweede dag kwam hij weer langs en de eerste vraag was of we goed geslapen hadden. Uitstekend!, jokten we in koor. We waren inmiddels gewend aan de harde matrassen (dit was ronduit een leugen!), dus uitgerust en wel zaten we aan ons heerlijke ontbijt, vertelden wij hem met een zalige glimlach. En, we hadden geen muziek gehoord (die keiharde house-troep noem ik geen muziek). Nou, dat kon hij nauwelijks geloven, want volgens hem was er afgelopen nacht weer een feest zoals er de hele vakantie nog niet was geweest, dus hadden ze weer niet geslapen. En dat was natuurlijk .... CATASTROFE!
Bij een andere gelegenheid informeerde hij wat wij voor onze vakantie betaald hadden. Geheel naar waarheid vertelde ik hem het bedrag dat wij kwijt waren om met het vliegtuig gehaald en gebracht te worden en drie weken van een heerlijke vakantie op Corfu te genieten. Hij barstte bijna! Alleen voor de vliegtickets al had hij een veelvoud betaald en daar kwam de huur voor het appartement a 60 euro per nacht nog een keer bovenop. CATASTROFE!
Een volgende keer vroeg hij of wij ook zo'n last van mieren hadden. Nu liepen er wel eens een paar door het huis, maar zolang we afgeschreven etenswaren maar buiten bewaarden was er niets aan de hand. Dus ik vertelde hem dat de enige mieren die wij hadden buiten op de muur liepen, waar inderdaad een doorlopende stroom mieren was waar te nemen. Maar ze vertikken het om binnen te komen, riep ik er vrolijk achteraan. Nou, bij hem droegen ze de meloenen, de ham en het brood naar buiten, daar kwam zijn betoog op neer.
Volgens hem was het een samenzwering. Wij zaten tenslotte in een appartement van een reisorganisatie en hij niet en daarom hadden wij het beste appartement gekregen. CATASTROFE!
Kijk, dat vonden wij nou leuk voor hem, want nu had hij een réden tot klagen.
We kwamen al snel tot de conclusie dat hij op net zo'n subtiele manier vrienden maakte als Attila de Hun. Waar we hem zagen was hij altijd in verhitte discussie. Of het nu de botenverhuurder aan het strand was, de juffrouw achter de kassa van de minimarkt, de opzichter over de strandstoelen, de tuinman, de beschermheilige van het eiland, of een nietsvermoedende voorbijganger, met iedereen was hij in conflict. Wijds gesticulerend besprak hij met een rood hoofd zijn ongenoegen met wie hij maar even in contact kon komen. Daarbij natuurlijk veelvuldig het woord CATASTROFE! scanderend.

Hij beperkte zich ook niet tot de problematiek op lokaal gebied. Op een onzalig moment legde hij in een ruim betoog uit dat Chroetsjov - de ontwikkelden onder u weten dat dit een Russisch staatshoofd was - eigenlijk een CIA-agent was, voor Amerikaanse doeleinden gebruikt. Ook Gorbatsjov was in dienst van de Amerikanen en als klap op de vuurpijl wist hij, maar dat mocht ik aan niemand vertellen, dat Saddam Hussein ook een Amerikaanse geheim agent was.
Nou, het dienstverband tussen Saddam en zijn Amerikaanse broodheren is nu wel over, bracht ik lachend te berde. Hij keek me even aan alsof ik een hinderlijk insect was en vervolgde zijn verhaal. Ik kon het geloven of niet, het was gewoon zo.
En dat is nou het mooie aan zulke types; ze geloven het zelf. Hij stond het te vertellen op een toon alsof hijzelf de geheime contractbesprekingen geleid had, alleen een dwaas zou aan zijn woorden twijfelen.

Hoe komt een mens nou zo, vroeg ik me, gezeten op ons terras achter een biertje, wel eens af. Wat kan er de oorzaak van zijn dat een man als CATASTROFE zo geworden is dat hij zo zuigziek geworden is? Ging het voor de geboorte al mis? Is hij met de tang gehaald, met de helm op geboren? Was het een trage leerling, verlegen, had hij een spraakgebrek? Of misschien was zijn geringe gestalte er debet aan dat hij altijd door zijn leeftijdgenootjes geplaagd werd? Misschien werd hij lichamelijk en geestelijk mishandeld door zijn vader of moeder of door beiden? Gaat hij gebukt onder een vreselijk geheim? Lijdt hij misschien aan insomnia, zakjeuk, voortdurende kiespijn, of darmspasme? Er moet een oorzaak te vinden zijn voor dergelijke chronische griep, maar ik heb dat natuurlijk niet kunnen achterhalen in de twee weken dat hij naast me woonde. Daarvoor gingen wij hem teveel uit de weg na de eerste dag. Ik denk dat zelfs een driedaags congres van zielknijpers, dobbelaars, psychologen, paragnosten en wichelroedelopers niet voldoende is om bij deze man zijn gifknobbel in zijn geheel te verwijderen. Laat staan er een opgewekte persoonlijkheid van te maken.

Het was een ongelukkig gezin. Hij omdat hij overal wat te griepen in zag. Zijn vrouw en kinderen omdat ze op de toppen van hun zenuwen liepen omdat zij degenen waren die de hele dag in gezelschap verkeerden van een azijnpisser eersteklas.
We hebben ze niet uitgezwaaid, bang als we waren om nog gauw even een lading zure stront over ons uitgestort te krijgen alvorens hij in het vliegtuig zou stappen. We hebben ze vanuit een veilig hoekje vanachter een geblindeerd raam in ons appartement nagekeken terwijl ze naar de huurauto sjokten. Het laatste dat ik van hem hoorde was niet zoals we verwacht hadden: CATASTROFE!, maar een hartgrondig tegen zijn simpele zoon uitgesproken: NEIN!

woensdag 2 juni 2010

Alles plat

Maandag 31 mei 2010 - Vandaag ben ik de weg op geweest met Dianne om nieuwe klanten te scoren voor Green-Island. Onze zoektocht zal zich deze keer afspelen in het zuiden van Corfu. Wij willen graag Bioporos, een biologische farm nabij het Korisson meer, op de site hebben. Bioporos heeft een tweetal appartementen voor de vakantie en heeft onze interesse daarom gewekt. Het terrein is zeven hectare groot, waaronder veel wandelgebied, schitterend uitzicht op het meer en de Ionische Zee en het strand van Chalikounas, dus aantrekkelijk als klant. Kinderen worden lekker bezig gehouden met meewerken op de boerderij, er kan zeep gemaakt worden en andere handenarbeid. Ideaal voor gezinnen. Niet typisch voor de verwende toerist die alleen maar wil zonnen, zwemmen en zuipen dus.
Na een ferme zoektocht in de bush, die bijna letterlijk verzandde in de blubber, hebben we uiteindelijk toch het restaurant van Bioporos gevonden. Inderdaad schitterend gelegen en heerlijk eten, met bijna alles uit eigen tuin en huis.
De eigenaresse is erg enthousiast over ons product, haar man is terughoudender. Hij is bang dat grote groepen dronken vakantiegangers een bende van zijn droom komen maken. Van dat idee kan ik hem ook niet af helpen. Ze zullen er over nadenken, is de boodschap. Nou ja, dan kan het alle kanten op, is gebleken.
Even later zijn we op weg naar Agios Gordis, waar we bij Vicky Appartementen een afspraak hebben. In de heuvels rond Agios Matheos hebben we echter wat oponthoud. In een scherpe bocht treffen we midden op de weg een doodgereden slang aan. Het beest moet minstens anderhalve meter lang geweest zijn, getuige de twee lange helften die we zien liggen. De achterste helft, zonder kop, kronkelt nog. Ik besluit om de ongelukkige fietsband van de weg te halen. Net op dat moment stopt er aan de ander kant van de weg een Griek en ook hij kijkt even naar de slang. Dan maakt hij mij erop attent dat mijn achterband lek is. Hm, heb ik dat? Hij geeft een dot gas en is weer weg, gewend als de meeste Grieken wel zijn aan slangen.
Ik zet mijn auto aan de kant en constateer dat mijn band inderdaad plat is. Niet zo plat als de slang op de weg, maar toch aan vervanging toe. Maar eerst de weg vrijmaken. Ik loop naar de twee slangenhelften toe. Dan pas zie ik dat het twee slangen zijn! Een is overreden. Waar eens zijn kop zat, zijn nu alleen nog wat bloederige resten te zien. De ander ligt er doodstil naast. Bizar tafereel. Als ik dichterbij kom, begint de nog gave slang zachtjes te bewegen, maar echt veel venijn zit er niet in. Hij lijkt aangeslagen en kijkt droevig voor zich uit. Ik pak de aangereden maar nog steeds hevig kronkelende slang op bij het puntje van zijn staart en zie dan pas dat zijn kop nog intact is: het dier heeft zijn ingewanden door zijn eigen bek naar buiten gekotst. Waarschijnlijk halverwege zijn lichaam door een brommer overreden. Poor old bastard. Ik leg het lichaam in de kant, als er een nieuwe auto stopt. Even ben ik bang dat hij over de gave slang zal rijden. De Griek stapt uit en maakt ons duidelijk dat we ons geen zorgen hoeven te maken, hij zal de slang wel even opruimen. Als een Griek dat zegt, kan je maar beter uitkijken. Maar ik vergis mij, hij pakt het beest rustig achter de kop en terwijl het reptiel nu wel hevig begint te slingeren en kronkelen, tilt hij het netjes naar de kant en slingert hem vervolgens de bosjes in. De weg is weer vrij.
Tijdens de terugreis zit ik maar de hele tijd te denken aan die arme slang die naast het lichaam van zijn zo tragisch verongelukte maat lag, als een treurende weduwe bij het dode lichaam van haar man. Ik wist niet dat slangen een dergelijke instelling hadden, koele killers als het zijn.
's Avonds vertel ik het hele verhaal aan schoonzoon Polle, die een soort van professor in de dieren is. En dat ik dus verbaasd was dat een slang blijkbaar toch ook gevoelens van verdriet kent. Maar hij hielp me even uit de droom. Slangen zijn kannibalen en deinzen er niet voor terug hun soortgenoten op te eten. De 'treurende' slang lag dus gewoon te passen en te meten en een geschikte gelegenheid af te wachten tot hij zijn maat naar binnen zou schuiven!
Het doet me denken aan een liedje van Tracy Bonham, Sharks can't sleep. Een couplet gaat zo:
saw a snake today
ate another snake
then just squirmed away
but it wasn't ok
no it wasn't ok